Visie en missie
<< Terug
> Doelstellingen
> Werking van de federatie
> Ontstaansgeschiedenis
Doelstellingen
Doelstellingen
Zoals uitvoeriger beschreven onder de titel voorgeschiedenis zijn de huidige
3 algemene doelstellingen zoals vermeld in de statuten:
1) Het verdedigen en behoeden van de belangen van de Rudolf Steinerscholen.
2) Het bevorderen van de vrijheid van onderwijs en cultuurleven in brede zin.
3) Het organiseren van nascholing en pedagogische begeleiding.
Deze 3 algemene doelstelling zijn concreet uitgewerkt tot 10 specifieke doelstellingen. Binnen de beperkte mogelijkheden die we hebben, werken we aan:
1 Bevorderen van de vrijheid van onderwijs en cultuurleven
De federatie wil binnen haar mogelijkheden de vrijheid van onderwijs en cultuurleven
vrijwaren. Dit kan gebeuren door met de eigen visie deel te nemen aan de dialoog
op het maatschappelijke of politieke forum. Indien een nieuwe overheidsmaatregel
een schending inhoudt van de vrijheid van onderwijs, kan de federatie zelf een
juridische procedure voeren De federatie kan besluiten steun te verlenen aan
juridische procedures, die door anderen met dezelfde doelstelling gevoerd worden.
2 Opvolgen van nieuwe overheidsmaatregelen
Voortdurend worden decreten en toepassingsbesluiten herdacht en herschreven
op basis van telkens weer nieuwe beleidsprioriteiten. Het vraagt een constante
waakzaamheid om op dit vlak het standpunt van de ‘kleine onderwijsverstrekkers’
te kunnen laten klinken, zodat deze enige invloed kunnen uitoefenen op de besluitvorming
of alvast kunnen deelnemen aan het debat. Het gaat hierbij om pedagogische maatregelen,
maar vaak ook om schoolorganisatorische veranderingen of personeelsaangelegenheden.
3 Vertegenwoordiging
De federatie is vertegenwoordigd in verschillende internationale organisaties
en overlegorganen en is lid van:.
‘European Council of R. Steiner Waldorf Education’: die raad komt
samen met vertegen-woordigers uit vele Europese landen. Er wordt in deze internationale
context van gedachten gewisseld rond actuele thema’s.
‘International Association for Steiner Waldorf Early Childhood Education’.
Die raad komt samen met vertegenwoordigers uit de hele wereld. Er wordt specifiek
gewerkt rond thema’s over het jonge kind.
In Vlaanderen neemt de federatie deel aan het ‘Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers’
(OKO) samen met ‘FOPEM’ , IPCO en VOOP. In dit overlegforum ontmoeten
kleinere koepels uit het vrij gesubsidieerd onderwijs elkaar met het oog op
een gezamenlijke vertegenwoordiging in diverse vergaderingen en beleidsorganen
van de Vlaamse overheid zoals de ‘Vlaamse onderwijsraad’ en het
‘Overkoepelend onderhandelingscomité’.
4 Ontwikkelen van leerplannen gesteund op eigen eindtermen
Op vraag van de schoolbesturen heeft de federatie, via het werk in beide scholengemeenschappen,
de taak opgenomen om het pedagogisch concept te verwoorden naar de overheid
toe. Op basis van het eigen pedagogisch concept, wordt gewerkt aan de formulering
van eigen alternatieve eindtermen. Conform de wettelijke voorschriften worden
leerplannen geschreven voor de verschillende niveaus en vakken. Deze leerplannen
vormen een toetssteen voor de voorgestelde pedagogie Zowel de bestaande scholen,
als eventuele nieuwe scholen kunnen gebruik maken van deze publicaties.
5 Pedagogische ondersteuning en kwaliteitszorg
Naast eindtermen en leerplannen ontwikkelt de federatie nieuwe initiatieven
die de pedagogische werking ten goed kunnen komen. zoals de organisatie van
vakgroepwerking om ‘goede praktijk-voorbeelden’ uit te wisselen
of leerlijnen van een vak te verdiepen. Daarnaast willen we ook ruimte maken
voor gerichte studie rond een thema dat aan de orde is (cultuurbeschouwing,
ICT, toekomstgerichte comprehensieve visie,..). Dit alles kadert in de zorg
om kwaliteitsvol onderwijs waarbij zowel de pedagogische als de schoolorganisatorische
aspecten onder de aandacht kunnen worden genomen.
De federatie draagt ertoe bij dat het pedagogisch concept in ontwikkeling blijft
en een antwoord is op de vragen en noden van deze tijd.. Regelmatig organiseren
we gespreks- en overlegmomenten, studiedagen en lessenreeksen rond deze thema’s,
of stimuleren deelname aan cursussen die in binnen- en buitenland georganiseerd
worden.
6 Samenwerking met andere initiatieven
De federatie werkt samen met andere initiatieven die uitgaan van dezelfde inspiratiebron
en met gelijkaardige doelstellingen.
Zo is er de samenwerking met de Rudolf Steineracademie onder meer op het vlak
van de bibliotheek, en overleg met vertegenwoordigers van andere antroposofische
werkgebieden . Dit kan betekenen dat er overleg gepleegd wordt in verband met
bepaalde acties die ondernomen worden, dat er wordt samengewerkt rond een tijdschrift
of rond een cursus, dat diensten geleverd kunnen worden, dat er een uitwisseling
kan zijn van ideeën voor voordrachten en publicaties.
7 Verzorgen van communicatie
De federatie wil een rol spelen in het verzorgen van de communicatie rond de
steinerpedagogie. De brochure ‘Met hart en ziel naar de Steinerschool’
kan in alle scholen bij nieuwe ouders en belangstellenden worden verspreid.
De interne nieuwsbrief rapporteert over de werking van de federatie naar de
schoolbeweging. Daarnaast is er ook een video die het steineronderwijs vanaf
de kleuterleeftijd tot en met de middelbare school in beeld brengt. Het beheren
van een eigen webruimte behoort hier ook toe: www.steinerscholen.be.
8 Bemiddeling bij eventuele geschillen of tussenkomst bij conflicten
Geschillen en problemen kunnen steeds ontstaan in een dynamisch evoluerend systeem
dat juist gekenmerkt wordt door initiatieven van individuen of van groepen.
Wanneer er een conflict is binnen één school wordt in eerste instantie
het hele klachten- en conflicten behandelingsplan van de betreffende school
gevolgd. Elke school verbindt er zich toe zo een klachtenbemiddelingsplan en
-procedure op te stellen en te implementeren. Dit plan kan voorzien in een bemiddeling
door een externe partij. In dat geval kan de vraag ook aan de raad van bestuur
van de federatie gesteld worden om te bemiddelen mits alle betrokken partijen
dit verzoek ondersteunen.
Pas als er problemen zijn in een school of tussen scholen, waarvan de impact
uitstraalt op de hele schoolbeweging, waarbij haar belangen geschaad worden,
kan de federatie het initiatief nemen om hierbij te bemiddelen.
9 Vorming
De federatie speelt een belangrijke rol in de opleiding en nascholing van leraren
in de steinerpedagogie door het organiseren van een basisopleiding in de steinerpedagogie
en verdiepende cursussen . Daarnaast organiseert ze ook studiedagen voor leraren
en voor schoolleiders, steeds in nauw overleg met de scholen zelf.
10 Begeleiding en hulp voor nieuwe initiatieven
Nieuwe initiatieven ontstaan meestal uit het verlangen van ouders en leraren
om een school op te richten die beantwoordt aan hun pedagogische vraag of uit
een nood om het studieaanbod uit te breiden. Er wordt gebruik gemaakt van een
grote wilskracht, een belangrijke inzet en liefst ook wat ervaring die de initiatiefnemers
met zich meebrengen.
Het is de bedoeling om binnen de federatie de ervaring te benutten en te delen.
Zo kunnen er technische adviezen gegeven worden die nuttig zijn bij de oprichting
van een nieuwe school of vestigingsplaats. Er kan hulp verleend worden bij de
administratieve stappen die moeten gezet worden voor erkenning of subsidiëring.
Indien nodig kan ook een financiële tussenkomst voorzien worden voor een
uitbreiding van bestaande of voor nieuwe initiatieven
Wanneer men zich ten opzichte van de buitenwereld wil profileren als steinerschool,
dan is het noodzakelijk dat men de leerplannen volgt die binnen het kader van
die steinerscholen ontwikkeld werden.
^ Top
Werking van de federatie
1 De juridische structuur van de federatie
Algemene vergadering
De Federatie van R Steinerscholen in Vlaanderen is qua juridische vorm een vereniging
zonder winstoogmerk. De leden zijn de inrichtende machten/schoolbesturen van
de scholen. Deze rechts-personen laten zich vertegenwoordigen door een gevolmachtigde
per onderwijsniveau en per vestigingsplaats. Deze personen vormen samen de algemene
vergadering.
Statutair moet de algemene vergadering minstens eenmaal per jaar samenkomen
voor de goed-keuring van het werkingsverslag, de benoeming van de raad van bestuur,
de aanstelling en de evaluatie van de mandaatgroepen, het nemen van belangrijke
beslissingen en het wijzigen van de statuten. Naast de statutaire vergadering
die voor eind februari samenkomt voor o.a. de goedkeuring van de jaarrekening
van het afgelopen boekjaar en een begroting voor het volgende schooljaar ,kan
een bijkomende vergadering bijeenkomen in functie van de noodzaak voor o.a.
visievorming in het derde of eerste trimester. Er kunnen door de raad van bestuur,
al dan niet op voorstel van de mandaatgroepen, extra-personen worden uitgenodigd
om deel te nemen aan de vergaderingen.
Raad van bestuur
Het dagelijks bestuur van de federatie gebeurt door de raad van bestuur . Deze
raad houdt het overzicht, coördineert de werkzaamheden, roept de algemene
vergaderingen bijeen, staat in voor de inning van de ledenbijdragen, een afgesproken
bedrag per leerling dat wordt vastgelegd door de algemene vergadering , draagt
de verantwoordelijkheid voor de algemene boekhouding in overleg met de niveau-mandaatgroepen,
voert het personeelsbeleid, beheert de lokalen in de Nachtegaalstraat en heeft
verder, conform de vzw-wetgeving, alle restbevoegdheden die niet uitdrukkelijk
aan de algemene vergadering of aan de mandaatgroepen zijn toevertrouwd. De raad
van bestuur kan themagroepen, onderzoeksgroepen of werkgroepen oprichten om
een deelopdracht op zich te nemen.
Scholengemeenschappen en mandaatgroepen
De federatie is georganiseerd in 2 scholengemeenschappen, resp. voor het basisonderwijs
en voor het secundair onderwijs. Beide vallen samen met de niveau-mandaatgroepen
als vertegenwoordigers van de betrokken schoolbesturen. Ze zorgen voor bijkomende
ondersteuningsmiddelen voor de scholen en voor het overkoepelende werk.
De algemene vergadering delegeert de bevoegdheid van de niveaumandaatgroepen
aan de scholengemeenschappen
De mandaatgroep basisonderwijs en de mandaatgroepen van het secundair onderwijs
(respectievelijk pedagogie en personeel) bepalen, binnen de krijtlijnen van
hun opdracht op onafhankelijke wijze de methode van werken, zoals de frequentie
van vergaderen, de keuze van de voorzitter,…
De niveau-mandaatgroepen kunnen zelf een budget opstellen en na goedkeuring
hiervan door de schoolbesturen, deze bijdragen die voor de werking noodzakelijk
zijn innen van de scholen. Verder staan ze in voor het verwezenlijken van de
meeste van voornoemde doelstellingen op het niveau van de groep. Indien een
groep, om welke reden dan ook, niet meer werkzaam is, kan de algemene vergadering
hem, na het afsluiten van de rekeningen, opheffen. Deze niveau-mandaatgroepen
bestaan uit meerdere personen die optreden als vertegenwoordigers van hun school.
Ze kunnen personeelsleden voorzien, aanwerven en evalueren, binnen de krijtlijnen
van hun budget en in overleg met de raad van bestuur. Van iedere school die
lid is van de federatie wordt verwacht dat zij deelneemt aan het overleg in
de niveau-mandaatgroepen.
Daarnaast kan de algemene vergadering nog andere mandaatgroepen oprichten en
installeren. Hun budget moet voorzien worden in het algemene federatiebudget.
2 Overheidsteun voor de koepelwerking en pedagogische begeleiding
De federatie kan rekenen op -beperkte- ondersteuning door de overheid. Dit gebeurt
voornamelijk omdat de federatie voor steinerscholen optreedt als pedagogische
begeleidingsdienst, met onder meer als taken leerplannen maken en zorgen voor
eigen vormen van kwaliteitszorg.
Op dit moment krijgt de federatie ‘als koepelorganisatie’:
- Een bedrag per onderwijsniveau, berekend op basis van het aantal organieke
ambten, en bedoeld voor begeleidingswerk vanuit de koepel naar de scholen toe.
Daartoe moet ieder jaar een aanvraag ingediend, een project geschreven, de rekeningen
voorgelegd en de uitgaven verantwoord worden.
- Twee halftijdse medewerkers (CODO’s), en bij toerbeurt binnen OKO om
de twee jaar voor een periode van twee jaar een halftijdse gedetacheerde.
3 Samenwerken in het geheel
Daarnaast moet de werking worden gedragen door de scholen en de scholengemeenschappen:
financieel en wat de inzet van mensen betreft. Naast het werk van betaalde personeelsleden,
blijft de inzet van leraren, ouders en medewerkers vanuit de scholen heel belangrijk.
Alle hierboven opgesomde doelstellingen kunnen onmogelijk worden gerealiseerd
door de medewerkers. In deze zin steunt de federatie voor haar werking nog in
grote mate op vrijwilligers of op betaalde personeelsleden uit de scholen die
in hun takenpakket ruimte maken of krijgen voor deze gezamenlijke werking.
Een school die lid is van de federatie kan enerzijds beroep doen op de resultaten
van al dit gezamenlijk werk, doch zal anderzijds zijn loyaliteit moeten betuigen
ten opzichte van de gestelde doelen. Lid zijn van de federatie heeft de keuze
voor samenwerking als consequentie. De participerende school verplicht zich
tot een financiële bijdrage in de kosten zoals die in overleg op de algemene
vergadering en met de schoolbesturen werd vastgesteld. Er wordt daarnaast ook
een dynamische inzet verwacht vanuit iedere school, elk naar vermogen en een
loyale houding ten opzichte van de genomen beslissingen. Verslagen van het forum,
van de mandaatgroepen en van de algemene vergadering worden in ieder geval aan
de deelnemers van de vergadering bezorgd, maar verder ook aan alle schoolbesturen
of besturen van vestigingen die hierom vragen.
Op deze wijze moet er een dynamisch geheel mogelijk zijn dat én de eigenheid
én de openheid van ieder pedagogisch initiatief waarborgt én dat
gelijktijdig de eenheid van het pedagogisch concept en de onderlinge samenwerking
tussen de verschillende scholen tot uiting doet komen.
Ontstaansgeschiedenis
De behoefte om met mekaar in contact te komen, om mekaar regelmatig te ontmoeten
en om samen initiatieven te nemen ontstond bij verscheidene schoolbesturen.
Aanvankelijk gebeurde dit onder druk van nieuwe overheidsmaatregelen. Samen
stonden scholen sterker om een eigen plek in het Vlaamse onderwijs in te nemen.
Deze vraag vanuit de schoolbesturen, op de meeste plaatsen bestaande uit ouders
en leraars, ligt aan de basis van de samenkomsten van het ‘Centrum voor
steinerpedagogie’, later het ‘Scholenoverleg’. De behoefte
groeide om een structuur in het leven te roepen die aan deze samenwerking een
formeel karakter gaf.
De directe aanleiding voor de oprichting in 1990 van de federatie waren de
nieuwe overheidsmaatregelen inzake de vaste benoemingen van personeelsleden
in de scholen. Een zo snelle vaste benoeming werd toen door de overgrote meerderheid
van de personeelsleden niet wenselijk geacht. Dit referendum kon leiden tot
heel eigen regeling voor onze scholen inzake vaste benoemingen: een overeenkomst
afgesloten in het centraal paritair comité.
De Federatie van Steinerscholen in Vlaanderen werd opgericht onder de rechtsvorm
van een vereniging zonder winstoogmerk.
De doelstellingen waren:
a) Het verdedigen en behoeden van de belangen van de Rudolf Steinerscholen.
b) Het bevorderen van de vrijheid van onderwijs en cultuurleven in brede zin.
De leden waren de schoolbesturen die vrijwillig wilden toetreden en de doelstellingen
onderschreven. Iedere school had naargelang zijn onderwijsniveau’s en
zijn vestigingsplaatsen recht op een aantal afgevaardigden in de algemene vergadering.
Er was ook een clausule voorzien voor waarnemers, vanuit de initiatiefgroepen,
de RSA, de lerarenvereniging, Court-St-Etienne. De algemene vergadering kwam
meer samen dan juridisch noodzakelijk was en fungeerde als het werkforum.
De werking van de vereniging werd beschreven als gecoördineerd door een
raad van bestuur met mandaatgroepen die worden opgericht met een bepaald doel.
Ouders, personeelsleden en leraars van scholen konden zich vrijwillig aanmelden
om mee te doen in deze mandaatgroepen of in de raad van bestuur. Een evaluatie
was voorzien op de algemene vergaderingen. Scholen droegen bij in de gezamenlijk
gemaakte kosten naargelang hun aantal leerlingen. Jaarlijks werd een budget
goedgekeurd en een afrekening voorgelegd.
Van in het begin leefden er in de scholen nog vele andere vragen: de vraag
naar uitwisseling van ervaringen van leraren, de vraag naar navorming en bijscholing
voor leraren, de vraag naar begeleiding, de behoefte aan een gezamenlijk tijdschrift,
een internationale uitwisseling tussen leraren, een vraag van ouders die zich
schooloverstijgend wilden organiseren, ...
Deze vragen werden aanvankelijk niet door de federatie opgenomen. Er waren immers
ook de leraren-vereniging, als een vereniging van leraren in steinerscholen;
de kleuterleidstersvereniging en de Vrije Volkshogeschool, waaruit later de
Rudolf Steineracademie ontstond. Deze organisaties hebben eigen doelstellingen
en een eigen werking, die zich echter, zij het slechts ten dele, eveneens richt
tot de steinerscholen of tot de personeelsleden en/of ouders ervan. De terreinafbakening
tussen deze leden-groepen, de academie als vormingsinstituut en dienstencentrum
en de federatie als vereniging van schoolbesturen leek aanvankelijk duidelijk.
Samenwerking en overleg gebeurden wel sporadisch. De federatie heeft zich echter
nooit voorgenomen ‘het hele veld’ in kaart te brengen of te organiseren.
Als belangenbehartiger van de scholen werd de federatie geconfronteerd met
de dwingende nood aan een standpunt ten aanzien van de decretale eindtermen,
die aanvankelijk bedoeld waren voor algemeen gebruik. Eerst in het basisonderwijs
en later ook in het secundair onderwijs ging men samenwerken rond het formuleren
van alternatieve eindtermen en eigen leerplannen, geruggesteund door de uitspraak
van het Arbitragehof. Een pedagogisch gestructureerd overleg tussen leraren
bleek noodzakelijk om deze doelstelling van de schoolbesturen te bereiken. Even
later was er een kans geld van de overheid te krijgen voor het organiseren van
nascholing en begeleiding van scholen, zoals de grote koepels. Toen was het
nodig een derde doelstelling toe te voegen aan de eerder geformuleerde doelstellingen
van de federatie:
c) Het organiseren van nascholing en pedagogische begeleiding.
Vanaf dan kreeg de federatie de mogelijkheid meer en meer ook in te gaan op
de inhoudelijke vragen vanuit de scholen aansluitend bij het voorgaande, naast
de belangenbehartiging binnen de Vlaamse onderwijscontext.
In het schooljaar 2001–2002 ontstond de behoefte de werking van de federatie
te actualiseren en de doelstellingen ervan in een charter tussen de scholen
te verwoorden. Vanaf goedkeuring door de algemene vergadering van 6 februari
2003 wil deze tekst de basis zijn van de samenwerking tussen de school-besturen
van de steinerscholen in deze federatie zoals die vandaag gestalte wordt gegeven.
Aangepast en opnieuw bekrachtigd door de algemene vergadering van 20
februari 2008