Actueel

Steinerscholen kiezen voor eigen eindtermen

Net zoals dat al meer dan twintig jaar het geval is, zijn de steinerscholen ook nu weer genoodzaakt om een aanvraag in te dienen voor gelijkwaardige, maar alternatieve eindtermen voor de eerste graad S.O., zowel voor de A- als voor de B-stroom. Ze maken daarbij gebruik van de gewaarborgde decretale ruimte en de vrijheid om hun eigen pedagogisch project te realiseren en hun eigen onderwijspedagogische en onderwijskundige accenten te leggen.
De reguliere eindtermen ‘historisch bewustzijn’ bijvoorbeeld gaan ervan uit dat leerlingen in de eerste graad belangstelling hebben voor de prehistorie, het oude nabije oosten, de klassieke oudheid. Bijna alle eindtermen zijn aan die periodes uit de geschiedenis gelinkt. Maar de steinerpedagogie heeft als kenmerk dat men er de leerstof wil gebruiken als ondersteuning bij de innerlijke ontwikkeling van de jongeren. Op basis daarvan kiezen de steinerscholen ervoor om in de woelige jaren van de puberteit de woelige geschiedenis van de ontdekkingsreizen en de revoluties uit de Nieuwe Tijd te programmeren.
En zo zijn er nog wel wat verschillen te vinden. Het is bekend dat steinerscholen een ervaringsgerichte en kunstzinnige inslag hebben. Dat uit zich niet alleen via de kunstvakken. In het gehele curriculum is er een verwevenheid van cognitieve, praktische en kunstzinnige activiteiten, met aandacht voor ritmische afwisseling tussen waarneming, beleving, reflectie en creatief handelen. In de eindtermen van de overheid – daar heet het ‘cultureel bewustzijn’ – gaat het volgens de steinerscholen te veel over het kijken en luisteren naar kunst. Dat laat hen te weinig ruimte om aan actieve kunstschepping te doen.
Weinig mensen zijn zich daarvan bewust, maar de Vlaamse overheid voorziet reeds sinds 1997 de mogelijkheid voor scholen om eigen, vervangende eindtermen in te dienen. Die mogelijkheid werd gecreëerd nadat het Arbitragehof (nu: Grondwettelijk Hof) eind 1996 oordeelde dat de eindtermen van de Vlaamse overheid te talrijk en te gedetailleerd waren en bijgevolg afbreuk deden aan de grondwettelijk gegarandeerde vrijheid van onderwijs. Het waren de steinerscholen, die samen met een aantal ouderverenigingen, deze procedure hadden opgestart. Het zijn wel enkel de steinerscholen die sindsdien ook effectief gebruik maken van deze mogelijkheid om vervangende eindtermen in te dienen.
Het is belangrijk om te beseffen dat het niet gaat over hier en daar een andere eindterm, die in de plaats komt van een officiële eindterm. Het gaat over het concept van het geheel van eindtermen dat de steinerscholen niet past. Daarom willen we ook niet dat ons dossier eindterm per eindterm beoordeeld wordt, maar dat het ‘in globo’ wordt bekeken. Zo staat het trouwens ook in het decreet.
Die beoordeling zal gebeuren door twee commissies, aan te stellen door de Minister van Onderwijs. Het gaat over een commissie van deskundigen en een commissie van inspecteurs. Deze commissies zullen de minister adviseren. In de praktijk ging het de afgelopen jaren steeds zo dat er overlegmomenten werden georganiseerd tussen deze commissies en de steinerscholen, waarbij we de gelegenheid hadden ons project toe te lichten.