Actueel

Federatienieuws: Modernisering Secundair Onderwijs

Modernisering Secundair Onderwijs: start op 1 september 2018?

Op 3 oktober laatstleden bracht de Vlaamse Onderwijsraad haar advies uit over een voorontwerp van decreet voor de modernisering van het secundair onderwijs. Al vele jaren is er heel wat inkt gevloeid rond dit dossier, meer bepaald over de structuur en de precieze organisatie van deze modernisering. De contouren lagen al langer vast in het befaamde masterplan “hervorming secundair onderwijs”, maar met dit decreet komt de uitrol heel dichtbij.

Een grote bekommernis die nu algemeen geuit wordt, is het feit dat men wil vasthouden aan de startdatum van 1 september 2018. In het onderwijsveld heerst hierover grote ongerustheid. Er zijn namelijk cruciale elementen die nog uitgeklaard dienen te worden om een degelijke overgang te kunnen garanderen van het oude naar het nieuwe systeem. Zo is er tot nu nog geen zicht op de eindtermen die aan de basis zullen liggen van de invulling van het studieaanbod.

Nog meer tegenstrijdigheden

De discussie rond de eindtermen duurt intussen voort. Maar de parlementsleden bakkeleien ook nog rond de afbakening van de basisgeletterdheid en de invulling van het differentiatiegedeelte in de eerste graad. Maar wat houdt die basisgeletterdheid precies in?  Moet die ook gelden voor het basisonderwijs of enkel voor het secundair onderwijs? Kan een school remediëring van een leerling verplicht opleggen aan een andere school? Komt er een beperking van de gelijkwaardigheidsprocedure voor wie een afwijking wil aanvragen op de reguliere eindtermen? En hoe gedetailleerd zullen de nieuwe eindtermen zijn? Moeten de eindtermen van de basisvorming strikt gekoppeld blijven aan vakken of niet? Nog heel wat onduidelijkheid dus. In de vorige nieuwsbrief formuleerde de Federatie van steinerscholen haar standpunt over de eindtermen. Je vindt het op https://www.steinerscholen.be/standpunt-eindtermen/ en op de FAQ pagina.

Voorts valt het wat de modernisering betreft op dat de toelatings- en overgangsvoorwaarden voor de eerste graad verscherpt worden. Dit staat haaks op de oriënterende, explorerende en observerende doelstelling van de eerste graad. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de rol van de toelatingsklassenraad zal toenemen. Verder zal de overgang tussen de A- en de B-stroom minder flexibel worden. Dit terwijl de mogelijkheden die in de eerste graad aangeboden worden voor alle leerlingen toegankelijk zouden moeten blijven, net zoals alle overgangen naar de tweede graad.

Steinerpedagogie is geen nicherichting

Voor bepaalde studierichtingen heeft de overheid een nieuw begrip geïntroduceerd: de zogenaamde “nichestudierichting”. In de eerste graad wordt de basisoptie steinerpedagogie geen niche genoemd, maar in de tweede en derde graad wel. Wij zijn echter van mening dat domeinoverschrijdende ASO-richtingen die niet arbeidsmarktgericht of niet op specialisatie gericht zijn, vanuit macrodoelmatigheid geredeneerd geen nicherichtingen kunnen zijn. Het overlegplatform van de kleine onderwijsverstrekkers (OKO) – waar de Federatie van Steinerscholen deel van uitmaakt – heeft de overheid dan ook gevraagd om de richting Rudolf Steinerpedagogie niet langer als een nichestudierichting te karakteriseren.

Hopelijk krijgt het onderwijsveld vrij vlug duidelijkheid hoe de organisatie en de structuur van de eerste graad er volgend jaar zullen uitzien, zodat implementatieproblemen (zoals met de ondersteuningsnetwerken) zoveel mogelijk vermeden kunnen worden en zodat er ook tijdig gecommuniceerd kan worden naar ouders en leerlingen.