Actueel

Het nieuwe referentiekader voor onderwijskwaliteit zet scholen aan tot interne kwaliteitszorg

Over de ontwikkeling van een referentiekader voor onderwijskwaliteit (ROK) is door overheid en inspectie reeds veel gecommuniceerd. Nu is het ‘klaar’. Het werkstuk werd op 20 september 2016 aan de minister overhandigd en het referentiekader is voortaan openbaar en kan worden geraadpleegd op http://www.mijnschoolisok.be. Er kan door de inspectie een nieuw kader voor de doorlichtingen ontwikkeld worden, op basis van deze minimale gemeen- schappelijke kwaliteitsverwachtingen.

Het referentiekader voor onderwijskwaliteit is echter niet zonder consequenties voor de scholen. En ook niet voor de begeleidingsdiensten die de opdracht hebben scholen te ondersteunen bij de realisatie van kwaliteitsvol onderwijs.

 

oko

Ontstaan

De minister gaf aan de inspectie de opdracht om in overleg met het onderwijsveld het referentiekader voor onderwijskwaliteit verder vorm te geven. Dit referentie- kader moet de wijze waarop de inspectie de kwaliteit van scholen controleert transparanter maken. Volgens het regeerakkoord zou dit er toe moeten bijdragen dat de klemtoon meer komt te liggen op het kwaliteitsbeleid dat de scholen zelf ontwikkelen.

 

Overleg

We hebben als Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers (OKO) actief deelgenomen aan dit overleg. Het was geen eenvoudig traject. We zijn er in geslaagd om heel wat inbreng te hebben en men heeft ook met aandacht naar ons geluisterd. Niet altijd werd onze visie gedeeld en niet al onze vragen werden ingewilligd. Voor ons is de tekst te gedetailleerd geworden en getuigt van een visie op ontwikkeling en leren die niet helemaal samenvalt met wat we in eigen teksten zouden schrijven.

 

Het referentiekader is duidelijk de weergave van een compromis tussen alle onderwijskoepels en de inspectie en bevat de minimale verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs. Het is een onderhandeld kader dat in de wetgeving verankerd zal worden en daarom ook zal gelden voor scholen en centra die niet in dit overleg vertegenwoordigd waren.

 

Het is hierbij belangrijk in gedachten te houden wat het referentiekader uiteindelijk NIET geworden is:

  • het is geen afgeronde visie op onderwijskwaliteit en wil     geen uniform denken over onderwijskwaliteit introduceren,
  • het drukt evenmin de kern of de essentie van onderwijskwaliteit uit en is ook geen afvinklijstje inzake kwaliteit,
  • het is geen tekst van OKO die de diverse kwaliteitsconcepten weerspiegelt.

 

Het referentiekader onderwijskwaliteit en de eigenheid van de diverse pedagogische projecten

Het kader bundelt 37, in deelthema’s geordende, kwaliteitsverwachtingen. Er werden verwachtingen geformuleerd voor ‘resultaten en effecten’, ‘ontwikkeling van de leerling’, ‘onderwijskwaliteit‘ en ‘beleid’, waarbij deze topics uiteraard in relatie tot elkaar kunnen worden geplaatst. De beelden werden toegevoegd ‘ter illustratie’.

 

Als kleine onderwijsverstrekkers hebben we er steeds de nadruk op gelegd dat kwaliteitsontwikkeling (en tevens wat essentieel geacht wordt inzake onderwijs- kwaliteit) onlosmakelijk verbonden is met de pedagogische eigenheid van de school en de geëxpliciteerde visie op onderwijs van waaruit een school moet kunnen werken. Dit impliceert dat er diversiteit is in onderwijskwaliteit.

 

De zoektocht van een school om een coherent kwaliteitsbeleid te realiseren vertrekkend van de eigen visie, legt schooleigen klemtonen, zoekt samenhangen en verantwoordt keuzes. Dit alles binnen een transparant wettelijk kader. Geformuleerde gedeelde verwachtingen kunnen helpen om het schoolbeleid af te stemmen op de immer in beweging zijnde onderwijskwaliteit. Dat eigen verhaal over de gemaakte keuzes verantwoorden kan dan centraal staan bij gelegenheid van een doorlichting.

 

Het nieuwe referentiekader is geen kwaliteitsmodel geworden en schuift niet één omvattende visie op kwaliteit naar voren. Zo hebben de ondertekenaars het afgesproken.

 

De scholen ondersteunen om hun kwaliteitsweg te gaan, rekening houdend met het referentiekader voor onderwijskwaliteit, dat wordt een belangrijke taak voor de pedagogische begeleidingsdiensten.

 

Doorlichtingskader voor de inspectie

De inspectie ontwikkelt nu op basis van dit referentiekader voor onderwijs- kwaliteit, een nieuwe kader voor de doorlichtingen vanaf 1 september 2017.

We hopen dat een vorm gevonden wordt waarbij het interne kwaliteitsbeleid van de school het vertrekpunt vormt voor de externe doorlichting.

 

De steinerschool is ok

Vanuit de Federatie en de PBD zal alles in het werk gesteld worden om, vanuit het bewonderenswaardige overleg dat gevoerd werd vanuit OKO, de scholen te ondersteunen bij het proces om vanuit de eigenheid van de steinerpedagogie aan het werk te gaan rond hun eigen kwaliteit. Hierbij kan ten volle gebruik gemaakt worden van de ruimte voor eigen visie maar moet rekening worden gehouden met de nieuwe gedeelde kwaliteitsverwachtingen.

 

Voor OKO: Hans Annoot, Kris Denys, Lieve Vansintjan