Actueel

Wetenschappelijk onderzoek naar de vruchten van de steinerpedagogie

In een onderzoek in de schoot van de Hogeschool in Leiden, buigen Akke Faling en Arnout De Meyere zich over een boeiende onderzoeksvraag: op welke wijze en in welke mate ondersteunt de steinerschool de ontwikkeling van kinderen en jongeren om volwassen in de wereld te (komen) staan?

 

Afgelopen tijd is er geregeld positieve belangstelling voor de steinerpedagogie. Het besef groeit dat onderwijs niet alleen om cognitieve ontwikkeling draait. De steinerschool draagt ‘brede persoonlijkheidsvorming’ hoog in het vaandel. Dit roept de vraag op wat het steineronderwijs te bieden heeft en hoe dit zijn weg vindt in de volwassen levens van oud-leerlingen.

 

Hoe staan zij in het leven, in de wereld? Op welk ‘innerlijk kompas’ richten zij hun biografische keuzes? Hoe vindt hun creativiteit een weg? Kunnen zij als vrije volwassenen vanuit hun morele waarden handelen en hun idealen realiseren in de maatschappij? Op welke wijze geven zij zelf uitdrukking aan hun overtuigingen en levensvragen? Zien deze oud-leerlingen enig verband tussen hoe zij in het leven staan en de ervaringen die zij op de vrije school (Nederland) – steinerschool (België) hebben beleefd?

 

Wat zijn de oorspronkelijk bedoelingen van de steinerpedagogie? Wat zijn de bedoelingen binnen de huidige steinerschoolbeweging en van de huidige leerkrachten? Wat zijn hun pedagogische bedoelingen in dit verband en uit welke concrete handelingen binnen de onderwijspraktijk blijkt dit?

 

Akke Faling en Arnout De Meyere ontwerpen een onderzoek in dit veld vol boeiende vragen. Zij zijn beiden verbonden aan de Hogeschool in Leiden, als lid van de kenniskring rond het lectoraat ‘Waarde(n) van het vrijeschoolonderwijs’ onder leiding van dr. Aziza Mayo. Zij bestuderen o.m. de voordrachten rond de oprichting van de eerste vrijeschool in 1919 en documenten van de huidige vrijeschoolbeweging in Nederland en Vlaanderen. Aan de hand daarvan, en door gesprekken in focusgroepen en interviews met leerkrachten en (oud)leerlingen, gaan zij op zoek naar de antwoorden van deze actoren op de bovengenoemde vragen.

 

Het kader voor het onderzoek wordt gevormd door actuele pedagogische en psychologische inzichten. De drie doeldomeinen van onderwijs van pedagoog Gert Biesta spelen daarbij een belangrijke rol. Onderwijs heeft volgens hem het doel te kwalificeren, te socialiseren maar ook bij te dragen aan persoonsvorming.

 

Ook de ontwikkelings- en motivatiepsychologie wordt bij het onderzoek betrokken: hoe bouwt een jonge mens aan zijn innerlijk kompas? Kan de leerling bij dit ‘bouwproject’ voldoende ‘bouwmateriaal’ vinden in de interactie met de leraren die in hun woorden en daden een voorbeeldfunctie willen vervullen? Zijn de componenten van psychisch welzijn (een beleving van autonomie, competentie én sociale verbinding) voldoende verzorgd opdat de leerling de voorgeleefde waarden als deel van de eigen identiteit kan opnemen? Of blijven deze voorbeelden verbonden met een innerlijk onvrij gevoel van onderdanigheid of dwang?

 

Akke en Arnout zien uit op een boeiende samenwerking. Zij hopen de vrije school /steinerschool- beweging via de resultaten van dit onderzoek een spiegel voor te houden, waardoor bewustzijn kan ontstaan omtrent nieuwe groeikansen.